
Kameel - Camelus bactrianus domesticus
Engels: Bactrian camel
Frans: Chameau domestique
Duits: Hauskamel
Algemene informatie
Leefgebied: in het wild alleen nog in de Gobi-woestijn in Mongolië en China. Tamme ‘huiskamelen’ komen in een groot deel van Azië voor, op grasbegroeide steppen en in bergland tot 2.000 meter hoogte
Voedsel: gras, kruiden en dunne takjes van struiken en bomen
Levensduur: gemiddeld 20 jaar oud, soms zelfs 50
Gewicht: 300 tot 600 kilo
Aantal jongen: 1 en soms 2 jongen
Draagtijd: 12 tot 13 maanden
Neusgaten dicht tijdens zandstorm
Dankzij zijn vacht kan de kameel tegen extreme kou. Maar ook tegen hitte. Bij warmte verliest hij zijn vacht met grote plukken tegelijk. Leven in de woestijn gaat hem goed af. Bij een zandstorm sluit hij gewoon z’n neusgaten en beschermt hij z’n ogen met zijn dubbele rij lange wimpers.
Uitgemergeld, maar gezond
Een kameel eet graag planten. Ook als die erg droog, stekelig, zout of bitter zijn. En als hij niets kan vinden, eet een kameel bijvoorbeeld botten, dierenhuiden en zelfs sandalen en tenten. Een kameel kan lang zonder water. Soms ziet hij er uitgemergeld uit als hij lang geen water heeft gedronken. Maar toch is hij dan nog kerngezond. En als een kameel drinkt, kan hij binnen tien minuten 114 liter water drinken.
Vetbulten
In de bulten van een kameel zit vet, soms wel 36 kilo. Dat vet dient als reservevoedsel. Als zijn bulten slap zijn, heeft hij wat van dat vet gebruikt. Op enkele plekken leven kamelen nog in het wild. In Mongolië zo’n 400 tot 700, in China ongeveer 200. Maar helaas worden ze met uitsterven bedreigd.
